Fouten maken is winst!

Je kind ruimte geven om risicovol te spelen? Zo leer je dat!

Opvoeden betekent ook los laten. Juist als je kinderen de ruimte geeft tijdens het spelen, leren ze om zichzelf verder te ontwikkelen. Maar voor jou als ouder kan dat best spannend zijn. Hoe leer je om niet meteen ‘Pas op!’ te zeggen? Ik heb zes tips voor je!

Foto van Zeina Bassa
Auteur
Zeina Bassa

Mag spelen veilig zijn? Natuurlijk! Maar kinderen moeten ook leren van spelen: als je ze de ruimte geeft, leren ze om sterker te worden en zelfvertrouwen te ontwikkelen. Ons motto is: ‘versterken, niet beperken’. Je moet dus op zoek naar een goede balans tussen ruimte geven en beschermen. Het kan best spannend zijn om de controle los te laten en je kind risicovol te laten spelen. Hieronder geef ik je zes tips voor een goede voorbereiding en begeleiding van je kind!

Jong geleerd is oud gedaan!

Jonge kinderen beginnen zelf al met het nemen van risico in hun spel. Risicovol spelen is iets dat kinderen van nature doen! Spelen is hoe de natuur bedacht heeft om te leren. Lekker uitproberen en experimenteren; daar leren ze veel van.

Durf jij een stap achteruit te doen?!

Door je kind ruimte te geven om risicovol te spelen, wordt je kind sterker, zelfbewuster en onafhankelijker. Kinderen hebben de vrijheid en het vertrouwen van hun ouders nodig. Jij hebt hierin dus een belangrijke rol! Jij bepaalt uiteindelijk of jouw kind de ruimte krijgt om te kunnen ontdekken en te experimenteren. Kinderen kunnen veel meer dan we denken.

En ja, dan loopt je kind soms een schaafwond op of wordt de broek vies, dat hoort erbij! Dat noemen wij Goed Gespeeld! Dit zijn rijke ervaringen die ze de rest van hun leven onthouden. De verantwoordelijkheid ligt bij jou en de belangrijkste vraag is dus: durf jij je kind die vrijheid te geven? Om fouten te mogen maken? Om uit hun comfortzone te stappen? Want dat is waar je winst behaalt!

Zo ga je goed voorbereid aan de slag!

Hieronder lees je de zes gouden tips om kinderen meer ruimte, tijd en vrijheid te geven om te onderzoeken en te ontdekken!

1.   Kijk en luister naar je kind 

Stoer, angstig of vol energie? Jij kent jouw kind het beste. Kijk en luister goed naar jouw kind. Durft jouw kind alles? Vraag hem waarom hij iets risicovols wil proberen. Bedenk dan een manier waarop dat kan. Maak bijvoorbeeld samen afspraken. Is jouw kind bang om iets nieuws te proberen? Vraag hem waarom hij iets niet durft. Bedenk dan een manier om je kind te begeleiden. Zo leert hij om met risico’s om te gaan.

2.   Luister naar je eigen gevoel 

Luister goed naar je eigen gevoel. Jij weet het beste wat je kind wel en niet kan. Het maakt niet uit wat andere ouders niet of wel toelaten. Vertel je kind waarom hij iets wel of niet mag. Benoem de risico’s die je ziet, daar leert je kind van.

3.   Grenzen verleggen 

Ieder kind gaat zijn grenzen verleggen. Het ene kind wil dat mama niet meer meegaat naar het speelplein, het andere kind zit opeens boven in het hoge klimrek. Het is allemaal natuurlijk gedrag. Probeer je daarop voor te bereiden. Kijk goed hoe je kind met het risicovol spelen omgaat. Oefen ermee, als dat nodig is.

Een paar tips:

  • Zorg dat je kind zich veilig voelt in de buurt. Durft hij ergens aan te bellen als er iets gebeurt en jij bent er niet bij?
  • Laat je kind elke keer iets meer doen. Je kind kan zo zijn verantwoordelijkheid en zelfstandigheid leren verdienen.

4.   Maak duidelijke afspraken 

Maak duidelijke afspraken met je kind. Bijvoorbeeld: jij mag op het pleintje spelen, als je dat eerst aan mij komt vragen. Kijk hoe jouw kind daarmee omgaat. Kan hij zich daar wel of niet aan houden?

Een paar tips:

  • Maak alleen afspraken waar je kind zich aan kan houden. Als hij nog geen klok kan kijken, spreek dan af dat hij naar huis komt als het licht van de lantaarnpalen aangaat.
  • Maak afspraken met andere ouders/begeleiders (sportclub, BSO). Wie let er op de kinderen, wat mag wel, wat mag niet en zijn er speciale aandachtspunten (bijvoorbeeld als je kind een beperking heeft)?

5.   Moedig aan en hou afstand 

Moedig je kind aan als het iets nieuws probeert en geef de ruimte om te experimenteren. Grijp alleen in als het een echt gevaar is, maar leg steeds uit waarom je ingrijpt en geef tips, bijvoorbeeld bij het klimmen:
"Kijk af en toe naar beneden."
"Zorg dat je je altijd met twee voeten en minimaal 1 hand vasthoudt."

Je kunt het ook voordoen. Het is wel belangrijk dat je kind het zelf doet. Dus neem het niet over en help je kind niet teveel fysiek (bijvoorbeeld door je kind in de boom te tillen).

6.   Waarschuw niet te snel 

Let eens op hoe snel je ‘Kijk uit!’ roept als je ziet dat je kind iets spannends doet. Jij wilt hem alleen waarschuwen, maar je kunt je kind daarmee uit zijn concentratie halen. Probeer om 10 seconden te wachten voordat je roept. Wat gebeurt er? Waarom vind je het eng om je kind iets te laten doen? Hoe groot is het risico eigenlijk? Bedenk hoe je kind zich voelt als hij iets wel (goed) doet. De kans is groot dat hij plezier heeft, dat zijn zelfvertrouwen groeit en dat hij leert van iets nieuws.

Maar grijp uiteraard wel in als het risico onaanvaardbaar is, bijvoorbeeld door je kind te helpen of de activiteit te stoppen. Leg daarbij uit waarom je ingrijpt, zodat je kind niet bang wordt maar er iets van kan leren.

Verleg je eigen grenzen!

Ook jij kunt je grenzen verleggen als het gaat om het begeleiden van risicovol spel aan je kind. Dat kun je het beste stap voor stap doen. Bij welke tip kun jij een stap groeien? Kies voor vandaag 1 tip waarin je een eerste stap wilt zetten. Zo kun je stap voor stap meer tips uitproberen en zien wat het je kind brengt! 

Hieronder nog een keer samenvattend: 
Kijk en luister naar je kind – Is het stoer, angstig of vol energie? Jij kent je kind natuurlijk het allerbeste.
Luister naar je eigen gevoel – Het maakt niet uit wat andere ouders vinden of doen.
Bereid je erop voor dat je kind zelf zijn grenzen gaat verleggen – Oefen ermee als dat nodig is.
Maak duidelijke afspraken – Als jouw kind er qua ontwikkeling aan toe is, kun je afspraken maken met je kind, maar ook met andere ouders. Wat mag wel en wat mag niet?
Moedig aan en hou afstand – Geef je kind de ruimte om te experimenteren.
Waarschuw niet te snel – Je kunt je kind daarmee juist uit zijn concentratie halen. Als je wel ingrijpt, leg uit waarom je ingrijpt.

Dit waren de zes gouden tips die je altijd kunt gebruiken bij risicovol spelen. Ik wens jou en je kind veel speelplezier bij het oefenen en het verleggen van je eigen grenzen! En als je die grote big smile ziet bij je kind als hij iets spannends heeft gedaan, dan weet je dat je het goed doet!

Meer weten over de verschillende manieren van risicovol spelen? Lees dan dit artikel.

Lees meer

Onze expert op dit onderwerp